6C Vlakterede 16.2.25 TB
Jer. 17, 5-8; 1 Kor. 15, 12.16-20; Lucas 6, 12-26
Jezus spreekt hier een verzameling mensen toe die er niet al te best aan toe zijn. Ze leven in de marge van de samenleving. Rijkdom kennen ze niet. In tegendeel, ze moeten de laatste eindjes aan elkaar knopen om geen honger te lijden. Nee, er valt weinig te lachen. Ze worden buiten de goede dingen van het leven gesloten, en op erkenning voor hun moeilijke positie hoeven ze niet te rekenen. Eerder zijn verachting en beschimping hun deel.
Het kost weinig moeite om hierin de huidige slachtoffers van strenge regimes, kerkelijk en politiek, te herkennen, ook vandaag. Mensen die niet gezien worden, die gediscrimineerd worden, die veracht worden om hun opvattingen die niet sporen met de dominante visies in de samenleving.
En dan horen we Jezus woorden tegen hen zeggen die ons wel moeten verbazen, zelfs doen schokken: “Gelukkig zijn jullie, jullie hebben geluk”. Hoe is het mogelijk? Hoe durft Hij hen zo toe te spreken! Is Hij dan zo cynisch dat Hij geen oog heeft voor hun ellendig lot? Maar het merkwaardige is, dat de toehoorden heel anders reageren. Zij voelen zich juist gezien en erkend. Zij stellen vertrouwen in deze nieuwe profeet. Hij maakt hun nieuwsgierig en geeft hen hoop. Want wat zegt Hij over hen?
Hij zegt: “Jullie zijn geen stumperds waarvoor je vaak wordt gehouden, maar de bevoorrechte burgers van het Rijk van God”. Ja, ja, mooi gezegd, maar is dat geen loze belofte? Vele critici, onder wie Karl Marx, hebben de Kerk ervan beschuldigd dat ze niets deden aan het lot van de armen en verschopten op aarde, maar ze een hemel beloofden na dit leven.
Maar Jezus staat er heel anders in. Hij vertrouwt op zijn eigen godservaring en de mensen durven Hem hierin te volgen. Die ervaring luidt dat al hun namen staan geschreven in Gods hand. Vanuit die ervaring vertrouwt Jezus erop dat God hen recht zal verschaffen, hier op aarde maar desnoods over de grenzen van de dood heen.
Deze mensen die door niemand serieus genomen worden, ervaren hoe het is om eindelijk door iemand gezien en erkend te worden. Hun vertrouwen in de toekomst groeit. Zullen er dan uiteindelijk toch mensen zijn die hun overvloed en liefde met hen willen delen? Het zou een godswonder zijn.
Aldus bemoedigt Jezus de armen en verdrietigen: Als je moeite hebt om elke week rond te komen, benijd dan niet degenen die volop te eten hebben. Als je verdriet hebt, wees niet jaloers op hen die lachend door het leven gaan. Als je laster of kleinering ondervindt, benijd de gevierde mens niet. Kijk goed naar hoe het leven in elkaar zit, jullie zijn op een andere manier rijk. Loop rechtop en fier, als trotse burgers van het Godsrijk. Gezegend is hij die op de Heer vertrouwt, en zich veilig weet bij Hem, hoorden we Jeremia zeggen. Hij is als een boom aan een rivier met wortels tot in het water. Een tijd van droogte deert hem niet, hij blijft vrucht dragen.
Dat godsvertrouwen kent ook Jezus. Hij kijkt anders naar de wereld. Hij relativeert de betekenis van oppervlakkige rijkdom en kille status. Rijkdom en status kunnen eenzaam maken als deze niet gepaard gaan met solidariteit en verbondenheid. Niet de armoede wordt door Jezus geprezen, maar de kunst om arm te zijn, om niet afhankelijk te zijn van je geld en goed. Niet de honger in deze wereld wordt geprezen, maar de mensen die hongeren naar gerechtigheid. Niet het grote verdriet van velen wordt gebagatelliseerd, maar die mensen worden geprezen die zich geraakt voelen door de pijn van anderen.
Wat maakt gelukkig? Als je van niemand iets nodig hebt, in alles zelfgenoegzaam bent, ben je dan gelukkig? Of sta je dan koud en eenzaam in het leven? Kennen wij niet onze momenten van geluk wanneer anderen ons zien staan en zo nodig bijstaan? Maar hoe zit het dan met “Gelukkig ben je als mensen je haten, buitensluiten en beschimpen omwille van Mij?” Dat is tegenwoordig nogal eens aan de orde. Je kunt je, ook als volgeling van Jezus, in de steek gelaten of buiten gesloten voelen, als je niet meedoet in de race naar mooier en meer, als je trouw blijft aan jezelf. Misschien voel je dan ten diepste dat duurzaam geluk te vinden is in verbondenheid met anderen en met de Ander (Kok).
Als wij ons vandaag ook rijk voelen, laten we dan voorkomen dat ons gezegd wordt: “Wee u rijken, want wat u vertroost hebt u al ontvangen”. En als we verzadigd zijn, laten we er dan voor zorgen dat Jezus ons niet zegt: “Ge zult honger lijden”. En als wij in het leven volop erkenning en reden tot lachen hebben, laten we dan niet overmoedig worden en anderen verwaarlozen. Maar mogen we anderen volop zien staan, erkennen en van onze rijkdom laten meedelen.
Nee, Jezus maakt zijn mensen niet blij met de dode mus van “groot is uw loon in de hemel”. Steeds zien we Hem begaan met de zieken en gebrekkigen van zijn tijd. De armen, vervolgden en verjaagden van deze wereld worden alleen zalig als medemensen zich hun lot aantrekken, nu, niet later in de hemel. Amen.
PLK