23-02-2025 Eerste lezing: Samuël 26,2.7-9.12-13.22-23 Tweede lezing: Korintiërs 15,45-49 H. Evangelie: Lucas 6, 27-38
Goedemorgen beste mensen, zusters en broeders in Christus. Mij is gevraagd om de liturgiegroep voor Woord en Gebed te versterken. Nu sta ik hier. Deze 7e zondag door het jaar C mag ik de lezing verzorgen.
In het evangelie van vandaag lezen we hoe de leerlingen van Jezus Hem kunnen volgen. Jezus maakt hier duidelijk dat dat kan door een nieuwe, op een andere wijze onze medemens tegemoet te treden. Maar het is me nogal wat wanneer we lezen dat Jezus ons voorhoudt om iemand die ons op de ene wang slaat, ook je andere wang toe te keren! Waarom vraagt Jezus dat van ons? Zou Hij daarmee aan ons, zijn leerlingen, duidelijk willen maken om diegene dan de kans te geven om tot inkeer te komen? Misschien is dat dan het moment dat die ander tot bezinning komt en gaat nadenken waar hij of zij mee bezig is. Het zou zomaar kunnen.
Er wordt van ons méér gevraagd dan we gewend zijn. Er wordt van ons in het evangelie van vandaag een andere houding en wijze van omgaan met de medemens gevraagd. Dat betekent dat we oprechte aandacht aan de ander besteden, de ander tot zijn of haar recht laten komen. Kortom: om ons het lot van de ander aan te trekken.
Jezus wijst ons daar in het evangelie van vandaag met nadruk op: bemint uw vijanden en doe goed aan wie ons haten, behandel de medemens zoals wij zelf behandeld willen worden, wees barmhartig zoals uw Vader barmhartig is.
Die barmhartigheid horen we vandaag in de eerste lezing waar het gaat over het verhaal van David die Saul niet doodt. David misbruikt zijn macht niet, omdat hij zich bewust is van de genade van God en hij ook zelf die genade ontvangt. David toont in dit verhaal dat hij de spiraal van geweld en vergelding doorbreekt. Dat is voor hem de uitdaging om mee te werken naar het Koninkrijk van God op aarde.
Jezus stelt zijn leerlingen en ons hiermee op de proef.
Wat wij vandaag uit deze evangelielezing kunnen leren is om die andere houding en wijze van omgaan met onze medemensen niet te laten bepalen door het gedrag van onze vijanden of anders gezegd, niet door onze medemensen die ons niet goed gezind zijn. Het zogenaamde oog om oog en tand om tand idee. Dat leidt tot niets. Het brengt ons niet verder op de weg die ons vandaag middels de lezingen, voorgehouden wordt.
Wanneer wij oprecht, in navolging van Jezus, ons open durven te stellen of wij bij alles waar we voor komen te staan in relatie tot onze medemens, dan dragen we bij om het Koninkrijk van God op aarde naderbij te brengen.
In zijn brief aan de Korintiërs lezen we dat de apostel Paulus de mens in staat acht om de spiraal van vergelding en geweld om te zetten en om een nieuwe weg in te slaan. Een weg die ons vertrouwen geeft in de toekomst. Want, zo schrijft apostel Paulus: we zijn allemaal beelddragers van aardse mensen die uit de aarde genomen zijn. En toch houdt de apostel Paulus ons voor, dat, wanneer wij ons open durven te stellen voor het Woord van God, wij ook beelddragers zullen zijn van de hemelse mens…….
Amen
23-02-2025 Maria M. Vijver