4e zondag veertigdagentijd, zondag Laetare, 30 maart 2025 in OU
Jozua 5, 9a.10-12; 2 Kor. 5, 17-21; Lucas 15, 1-3.11-32
In de Hermitage in St. Petersburg hangt het schilderij ‘de verloren zoon’ van Rembrandt. De jongste zoon ligt op zijn knieën voor de vader. De vader houdt beide handen op de rug van de jongen. De ene hand is een krachtige mannenhand; de andere lijkt een teder strelende vrouwenhand. Henri Nouwen heeft, geïnspireerd door het schilderij van Rembrandt, een prachtig boek over dit verhaal geschreven, getiteld ‘Eindelijk thuis’. U kent het misschien wel.
Dit verhaal wordt ons door Jezus als een spiegel voorgehouden. De vraag is: waar kom ik voor in dit verhaal? Herken ik mij in een van de twee zonen? Voel ik mij verwant met die jongste zoon, die zich wilde bevrijden van de knellende band met zijn vader? Misschien ook van de band met zijn Vader (met een hoofdletter)? Veel mensen hebben zich de afgelopen jaren losgemaakt van God. Als moderne mensen willen ze autonoom in het leven staan en zelf uitmaken wat het leven zinvol maakt. Ze maken eigenlijk zelf het leven. Totdat ze door schade en schande moeten ontdekken hoe broos het leven is. En dat het belangrijkste in het leven je geschonken wordt. Daaronder valt ook de barmhartige vergeving die je van anderen ontvangt. Maar daarvoor moet je wel thuis durven komen.
Of lijk ik meer op die oudste zoon die altijd thuis is gebleven? Hij heeft jarenlang trouw de regels gevolgd en aan de verwachtingen voldaan. Maar was hij echt gelukkig? Of werd zijn leven beheerst door angst om fouten te maken? Wie altijd bang is komt niet echt tot leven. Wanneer godsdienst verwordt tot louter moraal, dan slaat zij de plank mis. Dan worden mensen tot knechten, misschien wel trouw maar niet gelukkig. In zekere zin hebben we dus te maken met twee verloren zonen.
En welke rol speelt die Vader in het verhaal? De Vader wacht, hij staat op de uitkijk. De Vader blijft niet steken in de pijn van het verleden. Zo is God, zegt Jezus. Hij verlangt naar onze terugkeer. En als wij dan komen, zal Hij ons liefdevol omhelzen, als een barmhartige vader of moeder.
Waar staan wij zelf? In wie herkennen we ons het meest? Stel je in de positie van de oudste zoon. Wat zou je dan vinden van die zogenaamde bekering van de jongste? We kunnen de reactie van de oudste zoon wel begrijpen. Zijn ergernis over die liefdevolle ontvangst van die flierefluiter van een broer. Terwijl hijzelf zelden erkenning kreeg voor zijn jarenlange trouwe arbeid.
Maar bedenk dit wel: Jezus vertelde dit verhaal aan Farizeeën en Schriftgeleerden die, net als de oudste zoon, ervan overtuigd waren dat zij altijd de religieuze regels gevolgd hadden. Maar net als die oudste zoon hebben zij, in Jezus’ ogen, totaal geen besef van wie God eigenlijk is. Ze kunnen dan ook niet goedkeuren dat Jezus omgaat met tollenaars en zondaars. Zoiets zou hun God immers nooit doen!
Misschien gaat het Jezus in deze parabel wel vooral om die oudste zoon, die zelf niet vergeven kon. En die het zijn broer niet gunde, dat de Vader wél barmhartig was. Het lijkt erop dat hij zijn vader niet kende. ‘Altijd heb ik mij aan uw regels gehouden, toch heb ik nooit als dank een bokje gekregen’, zegt de zoon. Hoe anders staat de vader hierin: ‘Jongen, je bent altijd bij mij en al het mijne is ook van jou’. De zoon heeft de liefde niet leren kennen. Voor hem zijn relaties te herleiden tot een aantal geboden.
In de liefdevolle taal van de Vader is ons hoop gegeven. Ook al is jouw verhouding tot God min of meer dood, wanhoop niet want God staat op de uitkijk. Hij zal je met open armen ontvangen en je nieuw leven schenken.
In het laatste hoofdstuk van zijn boek ‘Eindelijk thuis’ mijmert Henri Nouwen over de vraag of wij in ons leven ook iets kunnen herkennen van de barmhartige Vader. En hoe we dat zouden kunnen versterken: elkaar wat meer gunnen in het leven, de ander vergeven wat hij of zij ons heeft aangedaan. Want daartoe worden we als christenen opgeroepen.
We zijn op de helft van de veertigdagentijd, we vieren zondag Laetare (Verheug u!). We zijn net als Israel op weg naar het beloofde land. Jozua ging zijn volk voor bij het overtrekken van de rivier de Jordaan. Vanaf nu zullen de mensen eten van de vruchten van het land. Zo zijn ook wij op weg, als pelgrims. Op weg naar een land van vrijheid. Alle angst van Egypte mogen we achter ons laten. In de Paaswake zullen ook wij weer symbolisch door het water van ons doopsel trekken, het nieuwe leven tegemoet. Verheug u! Pasen komt in zicht. Vastgelopen, sombere of depressieve zonen en dochters worden door de vader (die ook moeder is) opnieuw uitgenodigd deel te nemen aan het feestmaal. Durven wij mee te doen?
PLK