2e zondag van Pasen, 27 april 2025 in OU
Handelingen 5, 12-16; Johannes 20, 19-31
Inleiding
Van harte welkom in deze viering op Beloken Pasen. Pasen duurt acht dagen. Met deze viering wordt Pasen beloken, de luiken worden afgesloten. Beloken Pasen. Vorige week hebben we de verrijzenis van de Heer met grote vreugde gevierd. Hij is waarlijk opgestaan, hebben we gezongen. En vandaag lezen we het evangelie van de “ongelovige Thomas”. Een van de apostelen heeft zo zijn twijfels. Ging dat paasgeloof niet een beetje erg snel? Geloof en twijfel horen bij elkaar. Om tot een oprecht geloof te komen, moet je door de worsteling van de twijfel heengaan.
Het is vandaag ook de zondag van de goddelijke barmhartigheid. Willen we aan het begin van deze viering God en elkaar om mildheid en vergeving vragen.
Overweging
Nog maar een week geleden hoorden we de vreugdevolle boodschap van Pasen. De Heer is waarlijk opgestaan. Hij heeft de knellende zwachtels van de dood verbroken. Als de verrezen Heer is Hij verschenen onder ons, zijn leerlingen, opdat ook wij ons van alle knellende banden in het leven mogen bevrijden. Maar slechts acht dagen later confronteert de liturgie ons met de twijfels van een der apostelen, Thomas. Wat moeten we daar van leren?
Wat zegt het verhaal? Op de avond van de eerste dag van de week verschijnt Jezus aan de apostelen. Zij raken vervuld van vreugde als ze de Heer zien. Thomas, een van de twaalf, is er niet bij. Waarom hij er niet is weten we niet. Maar dat ‘een van de twaalf’ staat er niet zomaar. De twaalf vormen een eenheid. Zij vormden de eerste gemeenschap in de beweging die Jezus opriep. Op die avond is de gemeenschap niet compleet en hun getuigenis niet volledig. Thomas hàd er moeten zijn, maar hij is er niet. Zou het niet een diepere bedoeling kunnen hebben dat Thomas afwezig is, even afstand neemt van zijn medebroeders apostelen? Om ruimte te vinden om kritische vragen te stellen. Of andersom: Zou het verbonden blijven met de gemeenschap een voorwaarde zijn om te kunnen geloven? Hoe dan ook, Thomas wil de bewering “Wij hebben de Heer gezien” niet zomaar aannemen. Hij is te diep teleurgesteld over alles wat er gebeurd is; wil zich niet zo gemakkelijk gewonnen geven. Daarvoor heeft hij teveel van Jezus gehouden. Hij weigert een te gemakkelijk paasgeloof. Hij kan het kruis van Goede Vrijdag niet vergeten. Hij wil harde feiten. Hij wil zeker weten dat het om dezelfde Jezus gaat. Daarom wil hij de wonden van het kruis zien. “Als ik mijn vinger niet kan leggen in de tekenen van zijn nagels…” Thomas wil bewijzen. Hij lijkt te zeggen wat wij allen wel eens graag zouden willen. Eerst zien, en dan geloven. Zo werkt geloof blijkbaar niet.
Maar hoe dan wel? Waar halen we het geloof en vertrouwen vandaan dat Jezus nog steeds levend onder ons aanwezig is? Voor ieder van ons kan dat anders gaan. Thomas maakte het mee dat hij, weer terug in de kleine gemeenschap, de aanwezigheid van Jezus intens mocht ervaren. Het bracht hem tot de uitroep: Mijn Heer en mijn God. Thomas zocht niet langer naar bewijzen. Op wonderlijk wijze had zijn tastend en twijfelend zoeken hem toch tot werkelijk ‘zien’ gebracht. Hij zag weer nieuw perspectief, hij durfde het aan de levende Heer tot het centrum van zijn verdere leven te nemen.
Echt geloven heeft te maken met overgave en met moed. Veel meer dan het onderschrijven van bepaalde abstracte waarheden, gaat het om open te blijven voor het onzichtbare geheim van het leven, dat we God noemen. Terwijl je met weinig tastbaars begint, blijven vertrouwen dat het iets groots kan worden. Het evangelie is geen verzameling stellingen die elke christen moet geloven. Het evangelie is een blijde boodschap, namelijk dat het mogelijk is je bedruktheid en twijfel te overwinnen, dat je elke dag opnieuw met vreugde mag beginnen.
En hoe kan de gemeenschap, de groep van twaalf, daarin helpen, bemiddelen? Dat kan soms door te getuigen van je eigen geloof, vooral als dat met enige bescheidenheid gebracht wordt. Want je kunt elkaar ook overvragen. Maar het kan vooral door het geloof eenvoudig te doen. Zoals dat ook ging in de jonge kerk: zie eens hoe ze elkaar liefhebben. Overal waar mensen in Jezus’ naam liefde voor elkaar geven en ontvangen, daar is Hij levend aanwezig. Dan kunnen er wonderen gebeuren en zieken genezen, zo hoorden we in de eerste lezing. Jezus’ geest, de heilige Geest, leidt ons en onze kerk, zo geloven wij. Ook daarin herkennen we de vreugde van Pasen.
Veel mensen hebben het moeilijk. Voor hen is het verraad van Witte Donderdag en het lijden van Goede Vrijdag veel voelbaarder dan de belofte van opstanding van Pasen. Het kan gebeuren dat je zo geraakt bent door het lijden en het verdriet, dat je blind en doof blijft voor andere geluiden (G. Kok). Zo was het ook voor Thomas. Hij kon het verraad van de apostelen niet zo maar vergeten. Ze waren met zijn allen gevlucht en hadden Jezus alleen gelaten. Alles was mislukt, beloften waren veranderd in illusies. En toch zeiden de vrouwen en de apostelen dat ze Jezus gezien hadden. Dat en toch van Pasen is geworden tot de kern van ons geloof. En toch is er een andere manier van in het leven staan mogelijk. En toch zijn er mensen om je heen die werkelijk zorg hebben voor elkaar. En toch zijn er goede redenen om te blijven geloven in dat toekomstige koninkrijk, dat rijk van God, het koninkrijk van het onmogelijke. Dat koninkrijk waarin mensen elkaar vergeven, hun vijanden liefhebben en hun leven geven voor elkaar.
Geloof en twijfel, ze horen bij elkaar. Voelen we niet allemaal een zekere sympathie voor de zoekende Thomas, die zich uiteindelijk gewonnen geeft en er dan ook helemaal voor gaat. Geloof en twijfel vormt ook het centrale thema van het boek “De nacht van de biechtvader” van Tomas Halik. Deze Tsjechische priester werd in het geheim tot priester opgeleid tijdens het communistische regiem. Hij weet op aansprekende wijze de taal van geloof en ongeloof te overbruggen. Want het verhaal van de ongelovige Thomas is ook ons verhaal. Het is ook van deze tijd, misschien wel meer dan ooit.
Zalig die niet gezien en toch geloofd hebben, zegt Jezus. Geloven vraagt om een andere wijze van zien, niet met de ogen van de wetenschap, maar met de ogen van het hart. Op deze zondag van barmhartigheid worden wij allen uitgenodigd ons hart te laten spreken. In de ontmoeting met elke mens die het moeilijk heeft zullen we de verrezen Heer kunnen herkennen. Dan zullen knellende zwachtels worden verbroken en wordt het opnieuw Pasen. Amen. PLK